Verzorging en voeding

Op deze pagina kunt u informatie vinden over de voeding en vachtverzorging van katten. De pagina begint met informatie over de voeding en verder onderaan kunt u info vinden over vachtverzorging.

De kat is een echte carnivoor en moet vlees eten om in leven te blijven. Als natuurlijk prooi zijn vogels en kleine knaagdieren zeer geschikt. De kat kan met zijn tanden het vlees uiteen scheuren en schraapt met zijn ruwe tong met weerhaakjes het vlees van het bot. Kleine prooien worden in zijn geheel opgegeten. De spijsvertering van de kat is aangepast aan vaak eten van kleine porties.

De kat heeft zeer specifieke voedingsbehoeften die afwijken van die van andere diersoorten. De kat is een echte vleeseter met een vrij kort darmstelsel. Hij is slecht in staat om voedingsstoffen om te bouwen en moet die voedingsstoffen dus kant en klaar in zijn voeding aangeleverd krijgen. De lever (het chemische fabriekje van je lichaam) is ook minder goed dan veel andere diersoorten in staat om bijvoorbeeld medicijnen te verwerken en af te breken.

Een volledige voeding bestaat uit eiwitten, vetten, koolhydraten, mineralen, vitaminen en water. Een bijzondere eigenaardigheid van de kat is dat zij niet langer dan 3 dagen mogen vasten vanwege het risico op een levensbedreigende leververvetting.

Brandstoffen zorgen ervoor dat het lichaam energie heeft, en bouwstoffen zorgen ervoor dat het lichaam zichzelf kan onderhouden en opbouwen. Reservestoffen beschermende stoffen bouwstoffen brandstoffen zijn nodig voor de groei, ontwikkeling en herstel van het organisme.

  • Bouwstoffen, beschermende stoffen reservestoffen brandstoffen worden opgeslagen in het organisme en worden verbruikt als er geen andere voedingsstoffen voorradig zijn.
  • Beschermende stoffen reservestoffen brandstoffen bouwstoffen zijn nodig voor het leveren van energie aan het organisme.
  • Brandstoffen reservestoffen bouwstoffen beschermende stoffen zorgen er voor dat het lichaam van een organisme gezond blijven.

Voedingseisen
Kattenvoer bestaat uit dierlijke producten met voor katten specifieke toevoegingen. Zo hebben katten een hoger percentage eiwitten (30-40 procent) en vetten (10-30 procent)nodig dan de hond. De essentiële aminozuren taurine en arginine worden toegevoegd. De hond is in staat uit B-Caroteen vitamine A te maken. De kat kan dit niet en moet dus aan het voer worden toegevoegd. Ook arachidonzuur, een vetzuur kan een kat niet maken en moet worden toegevoegd. Een voedingsstof die een volwassen kat vaak niet kan verdragen is melk. Melk bevat de melksuiker lactose, kittens produceren het enzym lactase om dit te verteren. Bij volwassen dieren ontbreekt dit enzym waardoor diarree ontstaat. Speciale kattenmelk heeft een aangepaste hoeveelheid lactose.

De kat is een kieskeurige eter, die het liefst van een plat bord eet. Niet van plastic, omdat dit geur kan opnemen en onhygiënisch is.

Diëten
Een dieetvoer bestaat uit normale voedingsstoffen in speciale onderlinge verhoudingen, tegemoetkomend aan de gestoorde lichaamsfunctie. Er zijn geen medicijnen aan toegevoegd.

Blaasgruisdieet: Blaagruis bestaat uit struviet kristallen. Normaal worden deze met de urine uitgeplast. Op het moment dat de zuurgraad van de licht zure urine verandert in een meer basische urine, de kristallen slaan dan neer en ontstaat er gruis. Ze kunnen de blaas irriteren en in extreme gevallen leiden tot verstopping zodat de niet meer kan plassen. De plasbuis van een kater is kleiner waardoor dit vaker bij katers voorkomt dan bij poesen. Symptomen zijn pijn bij het plassen, troebele urine of bloed in de urine, moeilijk of niet kunnen plassen en lang op de bak zitten en persen. Een goed kattenvoer is blaasgruis veilig en zorgt voor een zure urine, waardoor de kristallen in oplossing blijven. Een blaasgruisdieet heeft een goede verteerbaarheid, verlaagd eiwit gehalte en bevat urineverzuurders.

Nierdieet : Dit is voor dieren met onvoldoende werkende nieren. Een doodziek dier met een blijvende gestoorde nierfunctie(chronische aandoening). De nieren zuiveren het bloed en het regelen van de waterhuishouding. Een nierpatient krijgt uremie; te veel ureum in het bloed.

Ureum is het giftige afval product dat ontstaat als product van de eiwit stofwisseling. Deze dieren gaan ook veel plassen en daardoor veel drinken. Een nierdieet bevat veel essentiële aminozuren en weinig niet essentiële aminozuren om zo het ureum productie zo laag mogelijk te houden. Het bevat ongeveer 10% eiwit. Een kat die langer dan drie dagen niet eet krijgt leververvetting. De kat gaat zijn vet reserves mobiliseren, de vetzuren komen in het bloed, gaan naar de lever en de levercellen raken vol met vet. Ze werken dan niet meer en de kat zal overlijden. Laat een kat dus nooit vasten.

Eiwitten
Eiwitten leveren vooral bouwstoffen en zijn opgebouwd uit elementjes genaamd aminozuren. Uit losse aminozuren kan de kat een aantal andere samenstellen. Twee onmisbare aminozuren kan de kat niet zelf maken en moeten dus absoluut in voldoende hoeveelheden in de voeding aanwezig zijn. Dit zijn taurine en arginine. Een gebrek aan taurine geeft problemen aan ogen en hartspier. Een gebrek aan arginine geeft vooral problemen bij de groei. Een kat gedijt het beste op eiwit van dierlijke oorsprong (lijkt het meest op lichaamseigen eiwitten).

Koolhydraten
Katten hebben in feite geen koolhydraten nodig, omdat ze de meeste energie halen uit de afbraak van eiwitten. Alleen voldoende ‘voorverteerde’ koolhydraten worden verdragen. Dit wil zeggen dat ze goed gekookt of vermalen zijn. Koolhydraten dienen ook als vezelbron om de beweeglijkheid van de darmen te handhaven.

Vetten
Vetten leveren brandstof en bouwsstof. Vetten zijn opgebouwd uit vetzuren. Linolzuur, linoleenzuur en arachidonzuur zijn essentiële vetzuren. De kat kan deze niet zelf maken, moet in voldoende hoeveelheid aanwezig zijn in het voedsel. Anders krijgt de kat gebreken en wordt ziek.

Mineralen
Fosfor: belangrijk voor de skeletopbouw. De verhouding calsium en fosfor in de voeding moet goed zijn.

Calcium: een tekort leidt tot ontkalking van het skelet, zeker als er ook nog te weinig vitamine D in de voeding zit. Dit kan voorkomen bij katten die uitsluitend met rood vlees gevoerd worden.

Magnesium: speelt een belangrijke rol bij de vorming van blaasgruis. Het gehalte magnesium moet verlaagd zijn.

Vitamines
Er zijn twee soorten vitamines, de water oplosbare (B,C) en de vet oplosbare (A,D,E,K)Te weinig of teveel vitamines is niet gezond.

(Bron: Cursuscentrum dierverzorging, 2016)