Voortplanting

De eigenaar zoekt een kater uit voor de dekking. De poes wordt naar de dekkater toegebracht en daar meerdere keren gedekt. In de natuur zie je dat katers hevige gevechten leveren om te mogen paren met de krolse poes, die ze opzoeken. Uiteindelijk bepaald de poes door welke kater(s) ze zich laat dekken.

Krolsheid
Normaal gesproken hebben poezen twee bronstperioden per jaar. Tijdens deze bronstperioden kunnen ze meerdere malen krols worden, dit zijn cycli van ongeveer tien dagen. Deze cycli worden op gang gebracht door het lengen van de dagen. Er is een toename van daglicht aan het eind van de winter en het begin van de lente. Katten die alleen onder invloed van kunstlicht leven kunnen vanaf de geslachtrijpe leeftijd het hele jaar door seksueel actief zijn.

Gemiddeld is de poes voor het eerst krols op een leeftijd van ongeveer 10 maanden. Sommige rassen worden eerder krols, zoals bijvoorbeeld een Burmees die kan al vanaf 7 maanden krols worden. De Perzische kat is meestal wat later zover, soms pas oop een leeftijd van 14 maanden.

Een krolse poes is vaak rusteloos, wrijft meer langs voorwerpen of andere dieren. Ze plassen vaker dan normaal en op andere plekken. Dit om de aandacht van de katers te trekken. In het volgende stadium beginnen ze klagelijk te mauwen, de seksuele roep. Zelfs de meest teruggetrokken poezen zijn in dit stadium zeer aanhalig. Als ze aangeraakt wordt op de staartaanzet dan heft ze haar achterlijf omhoog en draait haar staart opzij.

Dekking
De kater besnuffelt de poes en vangt de geur op in zijn orgaan van Jacobson. Dit orgaan bevindt zich in het harde gehemelte. De kat heeft hierbij de bek half open in een soort van grimas, het zogenaamde flemen. Met behulp van zijn tong stuurt hij de geuren langs het orgaan van Jacobson. Als de poes bereid is neemt ze de dekpositie in met haar achterwerk omhoog. De kater bijt zich vast in haar nekvel als hij haar beklimt. Dit is om haar te onderwerpen en om te voorkomen dat ze hem aanvalt. Dit is dus geen agressief gedrag van de kater. De kater ejaculeert bijna onmiddellijk. Als hij zich terugtrekt geven de haakvormige stekels op de penis van de kater een pijnprikkel. De poes geeft een gil en valt uit naar de kater. Deze pijnprikkel zet een hormonale kettingreactie op gang die zorgt voor de ovulatie. We spreken van een pijn geïnduceerde ovulatie. De eisprong vind dus pas plaats na de dekking. De poes is bereid tot meerdere paringen met een of verschillende katers. Door Olaf Libert een Zweedse onderzoeker is vastgesteld dat katten tien tot twintig keer per dag paren en soms wel vier tot zes dagen. Na elke paring wassen beide katten zich, dit heeft een rustgevend effect. Door de vele dekkingen wordt een grote hormoonafgifte gestimuleerd en komen er dus meerdere eitjes vrij.

Bij de kat is schijnzwangerschap alleen mogelijk als ze wel gedekt maar niet bevrucht wordt. Progesteron productie komt immer pas op gang na de eisprong en dit gedrag is verantwoordelijk voor het gedrag dat we schijnzwangerschap noemen. Bij de kat kan dit tot ongeveer veertig dagen na de krolsheid duren. Kenmerken zijn nesteldrang, melkklierontwikkeling en soms zelfs melkproductie.

Dracht en bevallling
Na drie weken beginnen de tepels op te zetten en roder te kleuren. De gemiddelde draagtijd bij de poes is 64 dagen. De draagtijd is niet afhankelijk van de worpgrootte of het ras. De worpgrootte is wel afhankelijk van het ras. Gemiddeld is dat 3,8 per nest. Bij de abessijn is de werpgrootte 2 en bij een burmees is de werpgroote meer dan bij de abessijn.

Er vind geen lichaamstemperatuurdaling plaats. Wel worden ze vaak onrustig, lopen heen en weer naar de kattenbak of hebben de neiging zich te verstoppen. Het eerste teken dat de bevalling begint is de buikpers. Door het samentrekken van de baarmoederwand (de weeën) wordt het kitten richting cervis en vulva geperst. Zodra het kitten indaalt in het bekken worden de weeën ondersteund door de buikpers (het samentrekken van de buikspieren). De buikpers is goed te zien, maar de weeën zijn dan dus allang begonnen. In de baarmoeder liggen de vruchten achter elkaar, elk omgeven door een eigen vruchtvlies. De baarmoeder bestaat uit twee hoornen en een gemeenschappelijk gedeelte dat via de cervix (baarmoedermond) naar de vulva leidt. Door het samentrekken van de baarmoederwand, (weeën) wordt het kitten door de cervix en vulva geleid. Boor de geboorte komt eert allantoisvocht (waterblaas) naar buiten. Deze kan ook inwendig breken waardoor er alleen wat vruchtwater afvloeit, dat de poes oplikt om het nest schoon te houden. Vervolgens worden de perweeën hervat en verschijnt het amnion (vruchtvlies in de vulva. Door deze vruchtblaas heen is het kitten al waar te nemen. Het vruchtvlies scheurt en de poes likt het kitten schoon en stimuleert zo de ademhaling. Vervolgens komt de placenta naar buiten en wordt opgegeten door de poes. Zo bijt ze tevens de navelstreng door die zo gekneusd wordt dat er geen bloedingen optreden.

Kittens
De kittens worden doof en blind geboren, zoals alle nestblijvers. Vrijwel direct na de geboorte gaan ze op zoek naar een tepel. Tijdens het drinken vertonen kittens het zogenaamde melktrappen. Dit bevordert de melkproductie onder invloed van progesteron. De eerste melk colostrum verschaft de kittens anti stoffen als eerste bescherming. Het gemiddelde geboortegewicht is 102 gram. Na ongeveer acht dagen is het geboortegewicht verdubbeld. Tussen de vier en tien dagen gaan de ogen open en omstreeks de tiende dag gaan de oren open. De eerste twee weken noemen we de neonatale fase en zijn ze vollidig afhankelijk van de moeder. In de eerste week versleept de poes de jongen regelmatig door ze in het nekvel te pakken. Door de nekvelrespons blijven de kittens doodstil hangen in de foetale positie. Na ongeveer drie weken zijn de zintuigen volgroeid. Kittens beginnen elkaar al te besluipen en doen dat al snel daarna ook met voorwerpen. Katten zijn goed te socialiseren aan mensen en andere dieren mits dit gebeurt in de gevoelige periode van 2 tot 7 weken. Uit onderzoek is gebleken dat hoe eerder de kitten gespeend worden, des te betere jagers ze worden. De rol van de moeder is belangrijk voor het leren van jagersgedrag. Ze brengt half dooie prooien mee naar het nest die de kittens dan kunnen leren doden. Als poezen leven in groepen zie je ze elkaars kittens zogen en zo gezamenlijk de kittens groot te brengen. Biologisch gezien zou je een kitten al met zes weken kunnen scheiden van de moeder. Wel moet het dan met andere katten opgroeien. Met 11 a 12 weken is beter omdat dan de 2e socialisatiefase bij de andere kittens is, waar ze door leren samen te spelen met nestgenoten.

Geboortebeperking
We hebben in Nederland een groot kattenoverschot. Het is dus verstandig goed na te denken over anticonceptie. Men kan simpelweg de poes als deze krols is weg houden van de katers, of de kat ‘de poezenpil “geven. Natuurlijk is castratie van kater en poes de beste definitieve oplossing. Voor de kater heeft castratie als neven effect dat de zwerflust afneemt evenals geslachtsgebonden agressie. Ook zal de urine geur minder worden en kan sproei gedrag voorkomen worden.

Bron: cursuscentrum dierverzorging 2016